Welkom op Dartnet.nl | 25-05-2013 | 15:57
 
Home - Nieuws
Home (Nieuws)
Nieuwsarchief
Poll uitslagen
Wekelijkse dartcartoon
 
Gebruikers
Inloggen
Aanmelden
Gebruikerslijst
 
TV-Toernooien
Actueel
Premier League Darts '08
Dutch Open Darts '08
Archief
 
Nationale agenda
Overzicht per maand
Toernooien zoeken
Toernooi toevoegen
 
Media
Live Score Center
Video's
Foto Gallery
 
Informatie
Overzicht spelers
PDC Order of Merit
Dartbord en dartbaan
Dartpijl
Scorebord
Speltypes met uitleg
Darttermen
Uitgooilijst
9-Darters
Darts op TV
 
Downloads
Dartssoftware
Wallpapers
Ringtones
 
Overige
Prijsvraag
Dartnet.nl Toplist
Links
 
Dartnet.nl
Content op uw website?
Onze banners
Adverteren
Sponsoren
Dartnet.nl Mobile
Contact
Zoeken in Dartnet.nl
 

Darttermen


In de dartwereld maakt men soms gebruik van eigen termen, hieronder kunt u de betekenis terugvinden.

3 in a Bed: Als alle 3 de pijlen in het zelfde gebied (dubbel, triple of single) van hetzelfde nummer vallen.

9-darter: Een perfecte leg van 501. Er zijn minimaal 9 pijlen nodig om een 501 leg te gooien.

Annie's room: Het nummer 1.

Baby ton: Een score van 95 (Bijv. T19 en 2x S19.

Bag o' Nuts: Een score van 45.

Barrel: Onderdeel van een dartpijl, daar waar je de pijl vasthoudt en waar de punt aan zit.

Basement: Dubbel 3.

Bottom of the house: Dubbel 3.

Bed & Breakfast: Een score van single 5, single 20, single 1 (26 dus). Dit is gebaseerd op de typische prijs van een “bed and breakfast, 26 “pence”.

Bucket of nails: Als alle 3 darts in de 1 belanden.

Buckshot: Als de darts wijdverspreid over het bord komen.

Bull: De buienrand van de Bullseye, meestal groen; is 25 punten.

Bullseye: Het midden van het dartbord, meestal rood; is 50 punten.

Bust: Meer gooien dan dat je nodig hebt in een game van x01. Alle darts tellen dan niet, geen score.

C: In een Cricket game betekent dit hoge scores gebaseerd op het aantal darts dat gescoord is. Bijvoorbeeld een triple-20, single-20, single-20 wordt een C-5 genoemd, omdat 5 “darts” gescoord worden in 3 darts.

Chucker: Een speler die gewoon maar wat gooit; Niet richt of het wat uitmaakt wat hij/zij raakt.

Circle it: Als een speler lager gooit dan 10 met 3 darts zullen zijn teamgenoten zeggen: ‘Circle it’ zodat degene die de score bijhoudt de slechte worp eruit licht.

Cork: Het midden van het dartbord.

Darteritus: Een darter die hier last van heeft, heeft moeite met het op het juiste moment loslaten van de pijlen.

Diddle for middle: Een worp met 1 dart om te kijken wie de wedstrijd mag beginnen, degene het dichts bij de bullseye mag beginnen.

Double: De buitenste rand van het dartbord; deze is het dubbele aantal punten waard.

Double in: Een dubbel gooien om de partij te beginnen, dat de scores beginnen te tellen.

Double out: Een dubbel gooien om de leg te winnen.

Double top: Dubbel 20.

Double trouble: Niet in staat zijn om de dubbel te gooien om de partij te winnen.

Downstairs: De onderste helft van het bord.

East in: Een game die geen speciale gooi behoeft om de score te beginnen (Bijv. dubbel-in).

Flight: De vleugels aan het einde van een dartpijl, deze houden de dart stabiel.

Hat trick: 3x Bullseye.

Island:  Het gebied van het dartbord waar punten te scoren zijn. Als je mist ben je “off the island”.

Mad house: De dubbel 1.

Middle for middle: Een worp met 1 dart om te kijken wie de wedstrijd mag beginnen, degene het dichts bij de bullseye mag beginnen.

Monger: Iemand die veel hoger gooit dan dat hij nodig had om de wedstrijd te finishen.

Mugs away: Verliezer van de vorige leg begint de volgende leg.

Murphy: Een score van single-5, single-20, single-1 in een game van x01. Gebaseerd op de wet van Murphy.

Oche: De lijn of verhoging waar je achter staat om te gooien.

Point monger: Iemand die veel hoger gooit dan dat hij nodig had om de wedstrijd te finishen.

Popcorn: Als de darts zo dicht bij elkaar belanden dat de flight eruit getikt wordt.

Robin hood: Als je een tweede dart in de shaft van de andere dart gooit.

Shaft: Onderdeel van een dartpijl. Het middelste stuk waar de flight aan vast zit.

Shanghai: Een score van een single, dubbel en triple van het zelfde nummer in 1 beurt.

Slop: Darts die wel tellen maar niet waarin je ze bedoeld had.

Spider: Het metalen web dat het dartbord onderscheidt.

Straight in: Een game die geen speciale gooi behoeft om de score te beginnen.

Three in a bed: Drie darts in hetzelfde nummer.

Toe line: De lijn waar je achter staat om te gooien.

Ton: Een score van 100 in een game van x01. Scores van over de 100 worden een ton-X genoemd bijvoorbeeld een ton-30 betekent een score van 130.

Upstairs: De bovenste helft van het bord. Meestal wordt hiermee de 20’s bedoeld.

Wire: Darts die net missen dan waar je richtte maar aan de andere kant van het draad.

X: Een dubbel 1 uit.

 
 
Print © Dartnet.nl 2003-2013 Top